Ik scrolde door Facebook en botste op een bericht van De Standaard. Niets controversieels, geen politiek, migratie of ander onderwerp waarvan je weet dat de commentsectie binnen de vijf minuten ontploft.
Toch kon ik niet reageren.
Ik scrolde verder. Bericht na bericht: reacties uitgeschakeld. Sinds 20 oktober 2026 doet De Standaard dat bij zowat alle Facebookposts. Hier en daar glipt er nog eentje door de mazen van het net.
Ik stuurde de krant een mailtje en kreeg verrassend snel een uitgebreid en eerlijk antwoord.
Daarover straks meer. Want het zette me aan het denken. Wat doen we eigenlijk nog op sociale media als we het gesprek uitzetten?
De Standaard is niet alleen
Ook de Nederlandse kranten NRC en Trouw schakelden reacties op Facebook uit. En het blijft niet bij kranten.
De Nederlandse gemeente Epe testte begin 2026 zes maanden lang Facebook zonder reacties. Inwoners konden wel nog privéberichten sturen, mailen of bellen. Na de evaluatie werd de proef verlengd.
Tijdens een van mijn opleidingen hoorde ik dan weer het verhaal van een school waar de reacties zo ontspoorden dat zelfs de politie betrokken raakte. Ook daar gingen de comments uit.
Een krant, een gemeente en een school. Sterk verschillende organisaties, en toch maken ze dezelfde keuze.
Waarom gaat de stekker eruit?
De toon. Wie ooit een ontspoorde commentsectie moest modereren, herkent de argumenten. Bij De Standaard vinden ze dat de reacties zelden het niveau halen dat ze als krant willen uitstralen. Veel mensen reageren op titels zonder het artikel te lezen. Gemeente Epe zag steeds vaker discriminerende, haatdragende of opruiende reacties.
Het algoritme. Dit argument van De Standaard vond ik bijzonder interessant. De krant wil niet langer meewerken aan een platform dat ruzie onder berichten beloont met extra bereik en daar advertentie-inkomsten uit haalt. Hoe harder de discussie, hoe beter voor Facebook.
De tijd. In goede moderatie kruipt veel werk én dus ook tijd. In Epe daalde de tijd voor webcare tijdens de proef van tien naar drie uur per week. Bij De Standaard is er geen budget voor een moderatieteam.
De mensen in beeld. Ik hoor van een ander mediabedrijf dat mensen die in berichten verschijnen, zélf vragen om de reacties uit te schakelen. Zelfs bekende mediagezichten, die toch wel tegen een stootje kunnen. Ze willen niet lezen wat onbekenden over hen schrijven. Dan gaat het niet meer over de reputatie van je organisatie, maar over het welzijn van de mensen die je toont.
Maar wat verliezen we?
Rust, tijd en minder gedoe. Dat is de winst. Maar er hangt ook een prijskaartje aan.
Het gevoel dat je luistert. Epe vroeg inwoners wat ze van de proef vonden. Van de 112 deelnemers kreeg 58% een negatiever beeld van de gemeente. Opvallend: 70,5% reageerde zelf (bijna) nooit. Blijkbaar vinden mensen het belangrijk dat ze kúnnen reageren, zelfs als ze dat nooit doen. Kleine kanttekening: de gemeente noemt de bevraging zelf niet representatief.
Bereik, of toch niet? Je zou verwachten dat je bereik keldert als je de reacties uitzet. In Epe steeg het gemiddelde bereik per bericht zelfs van 3.174 naar 6.056. Al kan de gemeente niet aantonen dat dit door de uitgeschakelde reacties kwam. De Standaard ziet wel minder lezers via Facebook binnenkomen en neemt dat er bewust bij.
Het gesprek zelf. Sociale media worden zonder reacties opnieuw eenrichtingsverkeer. Een digitaal prikbord. De haat verdwijnt niet noodzakelijk. Krystina Sferlazza, community manager bij Proximus, vatte het sterk samen in één van onze gesprekken hierover: “Misschien verhuist de haatcommentaar gewoon naar groepen, via screenshots en privéchats waar je als organisatie helemaal geen zicht meer op hebt.”
Bescherm je de mensen in je content dan echt, of kijk je gewoon niet meer?
De knop hoeft niet altijd op ‘uit’
Gelukkig zijn er meer opties dan alles openlaten of alles volledig dichtgooien.
Begin met huisregels die je vastpint en waar je naar kan verwijzen. Zet een woordfilter op de scheldwoorden die je nu al met de hand verbergt. Verwijs bij haatreacties naar hierniet.be en onderteken het charter in naam van je organisatie. Twijfel je over een gevoelig onderwerp? Dan kan je de reacties bij dat ene bericht uitzetten en de rest openlaten (geef er dan wel even wat uitleg bij en sta achter je statement).
Je kunt ook beslissen om het gesprek op je eigen terrein te voeren.
Dat laatste onderzoekt De Standaard trouwens zelf. De krant test een eigen reactietool op opiniestukken, met eigen regels en ondersteuning van AI bij de moderatie. Op Instagram, waar de krant het publiek als beschaafder ervaart, blijven de reacties wel open.
Dat is trouwens wel écht interessant, want dan gaat het niet zozeer over de vraag of je het gesprek wil voeren, maar waar en onder welke voorwaarden.
Vijf vragen voor je de knop omdraait/
Geen one size fits all antwoord dus. Wel vijf vragen die je je kunt stellen, zeker als jij degene bent die elke ochtend de reacties doorneemt.
Waarom ben je eigenlijk (nog) actief op dit kanaal? Om te informeren, te luisteren of in gesprek te gaan? Als dat laatste je doel is en je zet de reacties uit, dan klopt er iets niet.
Wie wil je beschermen? Je organisatie, de collega’s die modereren of de mensen die in je berichten verschijnen? Dat zijn drie verschillende redenen, met elk een ander antwoord.
Wat heb je al geprobeerd? Huisregels, woordfilters, verbergen, blokkeren, een duidelijk moderatiebeleid? Reacties uitzetten is een andere verhaal als het je eerste stap is dan als het je laatste is.
Waar gaat het gesprek naartoe? Als het niet meer onder je bericht staat, waar dan wel? En kun je het daar nog volgen of bijsturen?
Hoe leg je het uit? Een organisatie die zonder uitleg de reacties uitzet, krijgt vragen. Vertel waarom je die keuze maakt en waar mensen wel nog terechtkunnen.
Neem deze vragen gerust mee naar je volgende overleg met je directeur of team. Want of je de reacties uitzet, is geen beslissing die jij alleen moet nemen.
Social sociaal houden is werk
Sinds ik mijn boek Sh*tstorm Survival Guide schreef, ben ik alleen maar meer overtuigd geraakt van het belang van goede moderatie. Met duidelijke afspraken, voldoende mensen en hulp van AI waar dat kan. Bijvoorbeeld om reacties te sorteren en de ergste eruit te halen, zodat jij je tijd kan steken in de mensen die echt een vraag hebben.
Ik ga niet beweren dat je reacties nooit mag uitschakelen. Soms is dat de enige uitweg. Maar ik hoop wel dat we het niet als de gemakkelijkste oplossing gaan beschouwen.
Want als we het gesprek opgeven omdat sommigen het te bont maken, geven we net die luidste roepers wel heel veel macht.
En bij jouw organisatie? Staan de reacties op jullie sociale media nog open? Wat zou er moeten gebeuren voor je de knop omdraait?
Met dank aan De Standaard, voor het snelle en open antwoord op mijn vragen. Aan Ymke van Kortom, die me de case van Epe doorstuurde. En aan mijn collega’s van Hierniet.be, voor de boeiende gesprekken die we hier altijd ’tussen de soep en de patatten’ over hebben. 😅